vorige pagina

        

 

 Lofzang 80

 Lofzang: In de aanschijn van liefde …

 

1. ‘Aanschijn’ van liefde, ik laat mij door jou oplichten, machtig beginsel, machtige uitstraling dat alle leven doet verlichten. Blijf in ons werkzaam, vanuit de oorspronkelijke beginselen van de scheppingsorde in ons sterrenstelsel werkzaam.  

2. Dat jij, vanuit ‘ons’ en ‘door’ ons zichtbaar mag worden, als hèt ‘liefdeskenmerk’ van ons levende bestaan. 

3. Jij, bekommert je om ons door er gewoon te zijn, en niemand wordt door jou uitgezonderd, jouw aanschijn verlicht ons van vroeg tot laat, van de vroege ochtend tot de late avond. 

4. Jij bent zichtbaar en ervaarbaar in al het geschapene, soms groots soms klein aanwezig in ons midden. Soms verborgen in de veelheid en in de chaos van het wereldse leven.  

5. Soms maakt jouw aanwezigheid de mens, hem of haar groot in heldendaden, door persoonlijke opoffering. Dan spreekt ‘jouw almacht’ ons aan tot roeping in liefdesgewin, vanuit het diepst van ons hart.  

6. Soms roepen wij jou aan in barensnood, als wij het leven niet meer aankunnen en smachten wij in ademnood, met de roep om jouw hulp. Laten wij blijven luisteren naar de fluisteringen van jouw geheimenissen in ons bestaan. 

7. Machtige, mijn Machtige. Mijn verlangen, mijn toeverlaat. Heil van ons ‘liefdesvermogen’, wees werkzaam in ons, opdat ook wij deel kunnen uitmaken van dat ‘hemelse’ vermogen dat liefdesvermogen/liefdeskunst heet.

 Het zij zo.